Het certificeringscircus: hoe je arbodienst een ISO-certificaat krijgt zonder dat het iets betekent
Het certificeringscircus: hoe een arbodienst een certificaat krijgt zonder dat het iets betekent
Je arbodienst adverteert trots met een certificering. ISO 9001, NEN 4400, of het specifieke arbodiensten-certificaat. Het logo staat op de website, in de brochure, en in de aanbesteding. Het straalt kwaliteit uit. Het wekt vertrouwen.
Maar wat houdt zo’n certificaat eigenlijk in? Wie controleert er? En zegt het iets over de kwaliteit van de zorg die jij als werknemer krijgt?
Hoe certificering werkt
Een certificering is een verklaring van een externe partij dat een organisatie voldoet aan bepaalde normen. Bij arbodiensten gaat het meestal om het volgende:
Het arbodiensten-certificaat. Arbodiensten kunnen zich laten certificeren op basis van de specifieke eisen uit de Arbowet. De Stichting Beheer Certificatieregeling Arbodiensten (SBCA) beheert het schema. Certificerende Instellingen (CI’s) voeren de audits uit.
ISO 9001. De internationale norm voor kwaliteitsmanagement. Dit gaat over processen, procedures en continu verbeteren. Het is niet specifiek voor arbodiensten of de gezondheidszorg.
Andere certificeringen. Sommige arbodiensten hebben aanvullende certificeringen, zoals NEN-normen of branchespecifieke keurmerken.
De certificering wordt uitgevoerd door een Certificerende Instelling. Dat is een commercieel bedrijf dat door de arbodienst wordt ingehuurd en betaald om de audit uit te voeren.
Wat er wordt gecontroleerd
De certificeringsaudit controleert of de arbodienst beschikt over de juiste processen, procedures en documentatie. Concreet betekent dat:
- Zijn er protocollen voor de verzuimbegeleiding?
- Is er een klachtenprocedure?
- Zijn de bedrijfsartsen BIG-geregistreerd?
- Is er een kwaliteitssysteem?
- Worden er interne audits uitgevoerd?
- Is er een procedure voor het omgaan met medische gegevens?
- Worden medewerkers bijgeschoold?
Dit zijn procedurele vragen. Bestaan de documenten? Zijn de procedures beschreven? Worden de stappen op papier gevolgd?
Wat er niet wordt gecontroleerd
En hier zit het probleem. De certificeringsaudit beoordeelt niet:
- Of de bedrijfsarts in individuele gevallen juist handelt. De auditor zit niet bij consulten. De auditor beoordeelt niet of het medisch oordeel klopt.
- Of de dossiervoering inhoudelijk correct is. De auditor controleert of er een dossier is, niet of de inhoud klopt.
- Of de werknemer goed is geholpen. Er worden geen patientervaringen systematisch getoetst als onderdeel van de certificering.
- Of de arbodienst onafhankelijk opereert. De auditor beoordeelt niet of de commerciele relatie met de werkgever de medische onafhankelijkheid beinvloedt.
- Of de medische richtlijnen worden gevolgd. De auditor is doorgaans geen arts en beoordeelt niet of de NVAB-richtlijnen correct worden toegepast.
Met andere woorden: de certificering gaat over het systeem op papier, niet over de zorg in de praktijk.
De perverse prikkel
Er is een fundamenteel probleem in de manier waarop certificering is georganiseerd. De arbodienst betaalt de Certificerende Instelling. De CI is dus financieel afhankelijk van de arbodienst als klant.
Als de CI te streng is, verliest zij de klant. De arbodienst stapt over naar een andere CI. Dat hoeft niet te betekenen dat CI’s bewust de andere kant op kijken. Maar het creeeert een prikkelstructuur die niet bevorderlijk is voor streng toezicht.
Dit is geen uniek probleem voor arbodiensten. Dezelfde structuur bestaat in veel sectoren waar certificering wordt gebruikt. Maar het is een structuur die je als consument of werknemer moet kennen.
Wat het certificaat wel zegt
Een certificering is niet waardeloos. Het zegt dat de arbodienst een kwaliteitssysteem heeft, dat er procedures bestaan, dat er een structuur is. Een gecertificeerde arbodienst is in ieder geval georganiseerd. Dat is meer dan niets.
Maar het is niet wat de meeste mensen denken dat het is. Het is geen garantie voor goede zorg. Het is geen bewijs dat de bedrijfsarts onafhankelijk oordeelt. Het is geen keurmerk voor de inhoudelijke kwaliteit van de verzuimbegeleiding.
De alternatieven
Als certificering niet de kwaliteitsgarantie biedt die het suggereert, wat dan wel?
Het tuchtrecht. De individuele bedrijfsarts valt onder het medisch tuchtrecht. Tuchtklachten worden beoordeeld door een college dat wel naar de inhoud kijkt. Heeft de arts zorgvuldig gehandeld? Zijn de richtlijnen gevolgd? Dit is inhoudelijke toetsing, niet procedureel.
Het deskundigenoordeel. Het UWV beoordeelt je specifieke situatie onafhankelijk. Dit gaat over de inhoud: kun je werken, is het werk passend, zijn de inspanningen voldoende?
De Autoriteit Persoonsgegevens. Voor de bescherming van je medische data. De AP beoordeelt of je gegevens volgens de AVG worden verwerkt.
Geen van deze instanties is perfect. Maar ze kijken tenminste naar de inhoud, niet alleen naar het papier.
Wat dit voor jou betekent
Als werknemer hoef je niet onder de indruk te zijn van het certificaat van je arbodienst. Het is een minimumnorm voor organisatie, niet een garantie voor kwaliteit.
Wat wel uitmaakt:
- De individuele bedrijfsarts. Een goede bedrijfsarts kan werken binnen een matige arbodienst, en andersom. De kwaliteit van je zorg hangt af van de persoon, niet van het logo op het briefpapier.
- Je eigen documentatie. Certificering controleert niet of jouw dossier klopt. Dat moet je zelf doen. Vraag je dossier op, controleer het, en leg je eigen versie van de feiten vast.
- Je rechten kennen. De certificeringsaudit controleert niet of je goed bent geinformeerd over je rechten. Dat moet je zelf uitzoeken.
Het grotere plaatje
Het certificeringssysteem voor arbodiensten is een voorbeeld van een breder verschijnsel: toezicht dat er op papier goed uitziet maar in de praktijk weinig bescherming biedt voor de individuele werknemer.
De arbodienst heeft een certificaat. De bedrijfsarts heeft een BIG-registratie. De werkgever heeft een arbocontract. Op papier is alles geregeld. Maar als jij in de spreekkamer zit en het gesprek niet goed verloopt, helpen al die certificaten je niet.
Wat je wel helpt: je eigen dossier. Een opname van het gesprek. Een transcript waarin staat wat er werkelijk is gezegd. Met ChatSafe maak je van elke opname een doorzoekbaar transcript met sprekerherkenning. Geen papieren kwaliteit, maar feitelijke documentatie. Want uiteindelijk is je eigen archief het enige keurmerk dat telt.
Bescherm jezelf met een opname
Met ChatSafe transcribeer je gesprekken snel en goedkoop. Vanaf €0,25 per uur, geen abonnement nodig.
Gratis starten